Opgelucht ademhalen
Vanmorgen ging ik voor de eerste keer langs bij Opgelucht in Meerhout. Aangezien mijn schouders en nek steeds opnieuw verkrampen, verwees mijn kinesist me door naar Anne, een kinesist gespecialiseerd in ademhaling. Bij binnenkomst voelde ik me meteen thuis. Prachtig als een ruimte helemaal is vormgegeven rond de persoon die er woont en werkt. Een bovenkamer open tot in de nok, onafgewerkte bakstenen muren, een scheidingsmuur bloot in OSB gelaten, een lichte ruimte met in het midden een warm-bont tapijt. De praktijkruimte, een knusse zetelhoek met een heerlijk stijlvolle en tegelijk stoere licht-huidkleurige zetel. Tegen de muren witte, lage open kasten, gevuld met boeken over ‘ademen’ en persoonlijke items die me het gevoel geven dat ik Anne al persoonlijk mag leren kennen. Zo mooi en eigen als de ruimte, kom ik ook meteen thuis bij Anne die me uitgebreid vragen stelt en informeert. Mijn hulpvraag? Meer kwaliteit van leven met minder lichamelijke klachten. Of concreet minder rug- en nekpijn.
Good girl
Ik neem plaats op een beige yogamatje, geruggesteund door het warmkleurige tapijt op een houten zoldervloer. Ik sluit mijn ogen en mag rustig in- en uitademen terwijl Anne kijkt naar hoe mijn lichaam beweegt. “Denk je erover na hoe je nu ademt?” vraagt ze. “Hmm, ik lijk me er ergens wel altijd van bewust te zijn dat ik ‘goed’ adem.” Ik adem diep in mijn buik, zodat die opbolt zoals een ballon en adem langzaam weer uit. Ik weet hoe het moet. Dat buikademhaling ‘juist’ ademhalen is. Dus lijk ik de adem steeds te willen controleren. Anne merkt op: “Je lijkt het onmiddellijk goed te willen doen.” Zoveel informatie in enkele seconden! Ik, de good girl, die onbewust wil laten zien dat ik het goed doe. Maar ook ik, die de controle niet wil lossen. Die alles in de hand wil houden, zodat ik de uitkomst kan controleren, zelfs al betreft het zoiets natuurlijk als mijn ademhaling. Ik voel ook dat het stropt ter hoogte van mijn middenrif. De lucht vloeit niet terug. Er is geen stroom van onder naar boven. Ze zegt dat ik gulzig inadem. “Je trekt zelfs bij in je buik.” Nog zo een herkenbare. Ik wil veel. Zoveel mogelijk uit het leven halen, alles in me opnemen, doortrekken zelfs tot diep in mijn onderbuik. Vasthouden om maar niets te missen. Ik wil zo graag. Zo graag van het leven genieten en alles zijn wat ik maar kan.
Loslaten of pijn
In een paar ogenblikken benoemt Anne hoe ik in het leven sta. Zij verwoordt wat ze ziet en ik weet meteen wat ze bedoelt. Niet de ademhaling, maar de gedachten vloeien. Mijn ogen zijn gesloten, maar ik zie nu zelf wat ik voor mezelf stil houd. Het is alsof zij vertaalt wat mijn lichaam zegt, maar wat ik niet wil horen. Ze legt haar hand op het midden van mijn borst. Ze duwt zachtjes naar beneden. Door de aanraking klopt mijn solar plexus stevig terug. “Mijn hart weet ik zo niet liggen, maar deze plek bonst altijd in mijn vel.” Bijna alsof het schopt, zich verweert en wil gehoord worden. Meteen komt de gedachte van de imposter opdraven. “Wat voel je nu?” vraagt Anne. “De wereld. En dit gaat corny klinken. Dat er niet genoeg liefde is. Dat we mekaar niet meer echt zien. Niet echt connectie maken. Ik voel dat ik iets in de wereld heb te zetten. Maar ik voel me vaak onbegrepen in mijn omgeving. Ik voel me vaak niet goed genoeg. Onzeker ook over de richting die ik uit moet. Ik wil een podium bieden voor alle dromers, durvers, selfmade people, artiesten, creatievelingen, ondernemers. Voor iedereen die het anders wil. Die de wereld ziet zoals ik, zoals die kan zijn en eigenlijk is, al een fantastische plek vol opportuniteiten. Maar ik wil niet meer alleen de trein zijn die de wagonnetjes trekt. Mezelf onder anderen zetten en enkel fan zijn in een niet-gelijkwaardige relatie. Ik weet dat ik veel te bieden heb en evenwaardig ben en toch lijk ik er niet naar te handelen. Ik twijfel veel. Ik houd mezelf klein en onzichtbaar. Ik vind dat ik dikwijls moet opboksen tegen negativiteit en ‘doe maar normaal’ en dat maakt me kwaad. Moet ik niet meer een podium aan mezelf geven?” Anne zet zich achter mij. Leunt voorover en plaatst beide handen op mijn ribben vooraan. Bij een uitademing duwt ze mijn borstkast naar beneden. Mijn ‘normale’ ademhaling volhouden, wordt moeilijker. Het wringt tegen. Dan klemt ze haar vingers achter mijn onderste ribben en pookt ze diep vanbinnen twee scherpe punten aan. Mijn middenrif is gevoelig, pijnlijk zelfs. Het voelt als snaren die te strak gespannen staan en zich dof in mijn nek en schouders laten horen. Tot ze doet waar ik al een beetje bang voor was. Haar handen vlak op mijn borstbeen drukkend, hoor ik het meteen. “Dit zit goed vast,” dicteert ze me voor. “Ja, dat weet ik al, lang,” opper ik nog in gedachten. Maar ik voel dat het al te laat is. Door dit te benoemen, geeft ze me de erkenning, de bevestiging dat het er is. En omdat ‘dit’ gezien wordt, komt het los. Ze merkt de beweging die erdoor gaat: “Wat zit hier?” “Verdriet,” mompel ik, geen eer doend aan de grootsheid ervan. De tranen druppelen over mijn wangen. Anne: “Kan je het toelaten? Laat het maar doorkomen. Geef het maar ruimte.” Tegelijk tapt ze zachtjes met haar vinger op mijn buik. “Blijven doorademen, tot in je buik,” spoort ze aan. “Alone! Alone! Alone!” Het woord galmt als een vuurtoren in de duisternis achter mijn ogen. (Waarom dit in het Engels is, weet ik niet.) Mijn ademen stottert, duwt, haakt hoog aan in mijn keel. De tranen stromen. Mijn kin trilt. Toelaten? Toelaten! Haar hand duwt beschermend dieper. Ik hoor wat ze zegt en probeer de adem in mijn buik weer te vinden. Een flits van mijn verleden, een gevoel van niet gezien worden. Oud zeer, ver weg. Het begin. Dieper, een zoektocht, naar mijn tribe. Een groot gemis. Donkerte. Niets. En dan, steeds verder, na het uitlopen van mijn ogen, blijven ademen, het zakken van mijn bovenlijf, blijven ademen, tempert de lucht en vloeit die uit in mijn onderbuik. Ik adem gelijkmatiger in en uit. Een warm gevoel van vertrouwen komt in mij, zelfs lichtjes een glimlach op mijn lippen. “Ik ben goed genoeg. Ik zie mij. Ik erken mij. Mijn tribe komt eraan.” Het voelt alsof mijn lichaam opnieuw gaat liggen, deze keer met meer rust. Alles is stil.
De kracht van kwetsbaarheid
Ik spreek met Anne de sessie door. In deze openheid hoeft zij ook geen pantser op te houden en deelt ze haar ervaring met de imposter. Ze vertelt over haar proces om in de wereld te zetten wat dicht bij haar staat. Een zaak die in lijn ligt met wie zij is. Ondernemen vanuit het hart en luisteren naar wat je komt brengen, wat je te geven hebt. Dat het niet gemakkelijk is, een zoektocht blijft. Soms opbotsen tegen onbegrip en conformisme. “Het emotioneert me dat je zo kwetsbaar durft zijn,” bedank ik haar. Ik kijk haar in de ogen, maar het voelt alsof ik dieper kan zien. Het is heel raar. Alsof ik door mijn ogen kijk, maar zie met mijn hart. Ik weet ineens exact waar mijn hart ligt, want voel een plotse warmte uit mijn borstkast stijgen. “Wow, echte verbinding. Kwetsbaar, maar zo krachtig!” Van hieruit beginnen we ineens vrijelijk gedachten op te werpen. “Misschien eens een goed idee om…”, en, “…dat zou ook wel leuk zijn!” We wisselen van elkaar met elkaar. Wie weet waar brengt mij dit opnieuw? Zo geweldig toch als je openstaat voor nieuwe ervaringen en blijft verbinden met wat en wie er allemaal op je pad komt. Ik ga buiten en kan weer opgelucht ademhalen. De lucht zal vandaag ongetwijfeld nog wel verder opklaren.
